Het werkstuk in groep 5/6
Na de kerstvakantie gaan de kinderen in groep 5/6 starten met het maken van een werkstuk. De kinderen kunnen in de vakantie een onderwerp bedenken en alvast op zoek gaan naar informatie hierover. Na de vakantie vertellen de kinderen welk onderwerp ze hebben gekozen en gaan ze (als het onderwerp is goedgekeurd ) een woordveld maken. Deze wordt aan het einde van de eerste schoolweek ingeleverd.
We hebben op school afgesproken:
* Iedereen maakt een eigen werkstuk.
* Iedereen kiest een eigen onderwerp.
* Je levert een 'klad'hoofdstuk in, maximaal twee, per keer. (Het liefst geschreven).
We gaan proberen de kinderen per week een hoofdstuk te laten maken zodat ze in midden februari klaar zijn en hun werkstuk dan kunnen inleveren. Ze krijgen op school tijd om hier aan te werken maar dat mag ook thuis. Voor de beoordeling kijken we naar netheid, verzorging en inhoud.
Hieronder de brief die donderdag 18 december is meegegaan:
Hoe maak ik
een werkstuk groep 5
-Zoek een onderwerp waar je meer over wilt weten.
-Ga op zoek naar informatie in boeken, op internet, vraag mensen enzovoorts.
Je moet minstens 1 boek en 1 internetsite gebruiken.
-Maak een woordveld en doe dat bij je werkstuk.
-Bedenk vragen bij je onderwerp waar je meer van wilt weten.
-Zoek een onderwerp waar je meer over wilt weten.
-Ga op zoek naar informatie in boeken, op internet, vraag mensen enzovoorts.
Je moet minstens 1 boek en 1 internetsite gebruiken.
-Maak een woordveld en doe dat bij je werkstuk.
-Bedenk vragen bij je onderwerp waar je meer van wilt weten.
kijk naar
je vragen en bedenk waar je veel over kunt schrijven. Elk hoofdstuk vertelt een
stukje van je hele onderwerp.
-Je maakt
3 hoofdstukken.
-Schrijf daarna, in je eigen woorden, je werkstuk. De kladhoofdstukken worden op school nagekeken.
-Het werkstuk bestaat uit:
-een voorkant met daarop het onderwerp, je naam en een plaatje
-een inhoudsopgave
-minimaal 4 en maximaal 15 blz. tekst. Lettergrootte maximaal 14.
-verschillende bij passende plaatjes, foto’s, tekeningen enz.
-een bladzijde met de gebruikte boeken, internetpagina’s en geïnterviewde personen (=literatuurlijst).
-Lever het werkstuk in een showmapje in.

Veel succes en plezier!
Hoe maak ik een werkstuk groep 6
-Zoek een onderwerp waar je meer over wilt weten.
-Ga op zoek naar informatie in boeken, op internet, vraag mensen enzovoorts.
Je moet minstens 1 boek en 1 internetsite gebruiken.
-Maak een woordveld en doe dat bij je werkstuk.
-Bedenk vragen bij je onderwerp waar je meer van wilt weten.
Hoe maak ik een werkstuk groep 6
-Zoek een onderwerp waar je meer over wilt weten.
-Ga op zoek naar informatie in boeken, op internet, vraag mensen enzovoorts.
Je moet minstens 1 boek en 1 internetsite gebruiken.
-Maak een woordveld en doe dat bij je werkstuk.
-Bedenk vragen bij je onderwerp waar je meer van wilt weten.
kijk naar
je vragen en bedenk waar je veel over kunt schrijven. Elk hoofdstuk vertelt een
stukje van je hele onderwerp.
-Je maakt
5 hoofdstukken..
-Schrijf daarna, in je eigen woorden, je werkstuk. De kladhoofdstukken worden op school nagekeken.
-Het werkstuk bestaat uit:
-een voorkant met daarop het onderwerp, je naam en een plaatje
-een inhoudsopgave
-minimaal 6 en maximaal 15 blz. tekst. Lettergrootte maximaal 14.
-verschillende bij passende plaatjes, foto’s, tekeningen enz.
-een bladzijde met de gebruikte boeken, internetpagina’s en geïnterviewde personen (=literatuurlijst).
-Lever het werkstuk in een showmapje in.
Veel succes en plezier!